ABN AMRO verwacht dat de Nederlandse agrarische productie in 2026 met 3 procent in volume daalt, gevolgd door nog eens 1,5 procent in 2027. De bank publiceerde die prognose op 22 juni 2026.
De belangrijkste oorzaak is beleid, niet markt. De krimp komt vooral door overheidsregelingen die de veestapel verkleinen: de vrijwillige beëindigingsregelingen Lbv en Lbv-plus, en het opkopen van fosfaatrechten. In de melkveehouderij werkt daarnaast de Sem-regeling door.
De effecten concentreren zich volgens de bank in 2025 en 2026, wanneer bedrijven die zich eerder hebben aangemeld daadwerkelijk stoppen. Ook akkerbouw en tuinbouw zien beweging, deels doordat oogsten terugkeren naar een normaal niveau. In de visserij drukken hoge brandstofprijzen op het resultaat.
Dit cijfer is het waard om vast te houden in het debat. Er wordt vaak gesproken alsof de landbouw stilstaat terwijl er van hem verandering wordt gevraagd. De prognose laat iets anders zien: de sector krimpt nu al meetbaar, en die krimp is het directe gevolg van gemaakt beleid.
Wat dat betekent voor de hoeveelheid voedsel die in Nederland zelf wordt geproduceerd, is een vraag die in die discussie zelden expliciet wordt gesteld.