Per product loopt het uiteen van 11% tot ruim 1.000%.
Wie roept dat Nederland zichzelf makkelijk kan voeden heeft voor een deel gelijk. Wie roept dat Nederland volledig afhankelijk is van import ook. Ze hebben het alleen over andere producten.
Waar Nederland ruim boven de eigen consumptie zit
| Product | Voorzieningsgraad |
|---|---|
| Kalfsvlees | 1.009% |
| Volle melkpoeder | 452% |
| Boter | 314% |
| Suiker | 303% |
| Varkensvlees | 295% |
| Eieren | 236% |
| Aardappelen | 223% |
| Kaas | 220% |
| Pluimveevlees | 160% |
| Schapenvlees | 121% |
Dit is de kern van wat Nederlandse boeren doen. Van dierlijke eiwitten, zuivel, aardappelen en suiker produceert de sector een veelvoud van wat zeventien miljoen Nederlanders opeten. Die capaciteit is opgebouwd in generaties en is niet in een paar jaar terug te bouwen als je hem eenmaal hebt afgebroken.
En waar Nederland juist afhankelijk is
| Product | Voorzieningsgraad |
|---|---|
| Rundvlees | 63% |
| Tarwe | 23% |
| Granen totaal | 12% |
| Gerst | 11% |
Granen zijn het duidelijkste gat. De Nederlandse maalindustrie leunt sterk op importtarwe uit Frankrijk en Duitsland, onder meer omdat hier nauwelijks harde tarwe wordt geteeld. Ook de veevoersector betrekt een groot deel van zijn graan van buiten de landsgrenzen. Dat is geen verwijt aan boeren; het is een gevolg van klimaat, grondsoort en een bouwplan dat op andere gewassen is ingericht.
Wij noemen dit expliciet, omdat een pro-boer verhaal dat alleen de hoge percentages laat zien binnen één gesprek onderuit gaat. Wie beide kanten kent, staat sterker.
Wat dit betekent voor het beleid
Sinds de kabinetsformatie heet het departement het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, met een eigen staatssecretaris voor dat onderwerp. Voedselzekerheid is daarmee formeel een rijkstaak. De vraag is dus niet meer of het meetelt, maar hoe zwaar.
Vijf boerenorganisaties — Agractie, NAV, NMV, NVP en VVK — schreven in april 2026 aan staatssecretaris Erkens dat voedselzekerheid in het beleid onvoldoende gewicht krijgt. Zij wijzen op de geopolitieke situatie en op een groeiende Nederlandse bevolking.
Tegelijk krimpt de productiecapaciteit. ABN AMRO verwacht dat de agrarische productie in 2026 met 3 procent in volume daalt en in 2027 met nog eens 1,5 procent, vooral door opkoop- en beëindigingsregelingen. Het aantal landbouwbedrijven is sinds 2000 ongeveer gehalveerd, van 97.390 naar voorlopig 48.570 in 2026.
Je kunt van mening verschillen over hoeveel landbouw Nederland moet houden. Maar het is een keuze die nu wordt gemaakt, en het is redelijk om te vragen wat er van de eigen voedselproductie overblijft.
Let op bij het gebruiken van deze cijfers. Een voorzieningsgraad zegt hoeveel Nederland van een product produceert ten opzichte van wat het gebruikt. Het zegt niet of Nederland zichzelf in een crisis zou kunnen voeden: daarvoor zou je ook moeten meerekenen hoeveel veevoer, kunstmest en energie wordt ingevoerd, en hoe snel een bouwplan om te schakelen is. Die berekening staat niet in deze bron en wij publiceren geen getal dat wij niet kunnen onderbouwen. Zie daarvoor het aparte boerenfeit over export versus eigen bord.
Bronnen:
Wageningen University & Research / CBS — Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur, editie 2024 ↗
Agractie, NAV, NMV, NVP en VVK — brief aan de staatssecretaris Voedselzekerheid, 21 april 2026 ↗
ABN AMRO — Agrarische productie daalt in 2026 door overheidsingrijpen ↗
CBS StatLine — aantal landbouwbedrijven ↗
Peiljaar: voorzieningsgraden 2022 · akkerbouw 2022/23 · prognose ABN AMRO juni 2026 · bedrijven 2026 (voorlopig).